
Advies 2025/002
27/03/2026
Vraagstelling
Wat gebeurt er met de bestaande reserves van een voormalige vennootschap met sociaal oogmerk, die krachtens artikel 663, § 1, van het Wetboek van vennootschappen niet uitkeerbaar waren?
Toepasselijke wetsbepalingen
Artikel 663, § 1, Wetboek van vennootschappen (W.Venn.):
“Indien een vennootschap de bepalingen van artikel 661 niet langer naleeft, mogen de bestaande reserves, in welke vorm ook, niet worden uitgekeerd. De akte tot wijziging van de statuten moet aan die reserves een bestemming geven die zo nauw mogelijk aansluit bij het sociaal oogmerk dat de vennootschap voorheen had; zulks moet onverwijld geschieden.”
Relevante rechtsleer
L. Herve et I. Richelle, Incidences fiscales de la réforme du droit des sociétés, Larcier, 2019, p. 308, n°158.
V. Simonart, « Le régime transitoire du Code des sociétés et des associations – Questions pratiques », J.T., 2020/23, n° 6819, p. 465-473.
S. Cools, « ’t Amendement – Asset lock bij verlies van erkenning als sociale onderneming », R.P.S.-T.R.V., 2021, p. 970-974.
Kadering van de problematiek
Overeenkomstig artikel 42, § 1, lid 1, van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen, werden vennootschappen met sociaal oogmerk die bestonden op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV) (verder “de wet van 23 maart 2019”) geacht te zijn erkend als sociale onderneming.
Artikel 42, § 1, lid 2 van de wet van 23 maart 2019 voegde hieraan toe dat een vennootschap die geen coöperatieve vennootschap was in de zin van artikel 6:1 WVV en die haar erkenning als sociale onderneming wilde behouden, uiterlijk op 1 januari 2024 moest worden omgevormd tot een coöperatieve vennootschap.
Bij gebrek aan vrijwillige omvorming verloor de vennootschap op 1 januari 2024 haar erkenning als vennootschap met sociaal oogmerk.
Artikel 663 W.Venn. bepaalde dat wanneer een vennootschap met sociaal oogmerk niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 661 van datzelfde wetboek, “de bestaande reserves, in welke vorm ook, niet worden uitgekeerd. De akte tot wijziging van de statuten moet aan die reserves een bestemming geven die zo nauw mogelijk aansluit bij het sociaal oogmerk dat de vennootschap voorheen had; zulks moet onverwijld geschiede“.
Moet de akte tot wijziging van de statuten van een vennootschap met sociaal oogmerk, die haar erkenning heeft verloren en dus een “gewone” vennootschap is geworden, aan deze eis van specifieke bestemming voldoen?
Discussie
Het Wetboek van vennootschappen werd ingetrokken op de datum van inwerkingtreding van de wet van 23 maart 2019, onverminderd haar afdeling 2, getiteld “Overgangsbepalingen en inwerkingtreding” (art. 34 van de wet van 23 maart 2019).
Onder voorbehoud van artikel 39, § 4 van de wet van 23 maart 2019, dat specifieke bepalingen bevat voor VZW’s en IVZW’s tot 1 januari 2029, is de overgangsregeling waarin zij voorziet voor vennootschappen met een sociaal oogmerk en voor vennootschappen waarvan de rechtsvorm is ingetrokken, nu beëindigd.
Bovendien moet sinds 1 januari 2020 elke omzetting gebeuren in overeenstemming met het WVV (met de overgangsbepalingen van de wet van 23 maart 2019 diende rekening te worden gehouden tot 1 januari 2024).
Bijgevolg is artikel 663 W.Venn. niet meer van toepassing op voormalige vennootschappen met sociaal oogmerk.
Noch de overgangsbepalingen van de wet van 23 maart 2019, noch het WVV regelen het lot van de reserves van voormalige vennootschappen met sociaal oogmerk.
Beslissing
Het Comité komt tot het besluit dat, bij gebrek aan regels die op deze kwestie van toepassing zijn, de omzetting van vennootschappen met een sociaal oogmerk geen specifieke bestemming van de reserves moet bepalen, zoals een bestemming die zo dicht mogelijk bij het voorwerp van de vennootschap ligt, en dat de vennootschap niet tot een dergelijke bestemming moet overgaan.
Het Comité betreurt echter dat de wet van 23 maart 2019 geen overgangsbepaling bevatte om deze kwestie te regelen.
Bovendien spreekt het Comité zich niet uit over de mogelijke fiscale gevolgen die deze situatie met zich mee zou kunnen brengen.